Gegevens kunstwerk

Titel

Jan Ligthart-monument ‘Ot en Sien’

Kunstenaar

Frits van Hall, A.H.C. Briët

Jaar

1930

Materiaal

natuursteen / hout

Afmetingen

h. 125 cm

Deelcollectie

Intro Zuiderpark

Locatie kunstwerk

Adres

Marie Jungiusweg, Den Haag

Stadsdeel

Escamp

GPS gegevens

52.0606878069144, 4.28416734762027 Bekijk op plattegrond

Omschrijving kunstwerk

Tekst

Hele generaties zijn ermee opgegroeid: Ot en Sien. De avonturen van deze ondernemende kindertjes zijn wellicht nog bekender dan de bedenker ervan: Jan Ligthart (1859-1916). Samen met collega-onderwijzer en pedagoog Hendricus Scheepstra (1859-1913) schreef hij de verhalen van Ot en Sien. De bijbehorende illustraties zijn van Cornelis Jetses. Ook het bekende leesplankje met ‘Aap – Noot – Mies’ is van deze heren.

Ligthart was ruim dertig jaar hoofdonderwijzer aan een lagere school in de Tullinghstraat in de Schilderswijk. Hij was een voorstander van het zogenoemde ‘zaakonderwijs’, dat hij eveneens met Scheepstra ontwikkelde. Uitgangspunt daarbij was dat een kind eerst kennis moest maken met een object, voordat het er zich informatie over kon toe-eigenen. Praktijkonderwijs dus.

Gezien de grote betekenis van Jan Ligthart voor het onderwijs nam het Ligthart-Comité in 1925 het initiatief voor een monument. Grote wens van het comité was dat het gedenkteken in een kinderrijke buurt zou komen te staan. Uiteindelijk heeft het een plaats gevonden in het Zuiderpark. Architect A.H.C. Briët tekende voor het ontwerp. Voor het beeldhouwwerk had het comité Frits van Hall in de arm genomen. Het is aan de weduwe van Ligthart te danken dat in dit monument uiteindelijk ook de naam van Scheepstra is vermeld. Hij was immers verantwoordelijk voor de definitieve tekst van de boekjes over Ot en Sien. In september 1930 onthulde prinses Juliana het monument.

Natuurlijk figureren Ot en Sien als de hoofdpersonen. Van Hall heeft ze aan weerszijden van een halfronde bank geplaatst. Hoewel Van Hall doorgaans vrij academische en natuurgetrouwe beelden heeft gemaakt, denk aan het beeld van Ulricus Huber bij de Hoge Raad, beeldhouwde hij deze Ot en Sien in een meer naïeve stijl. Daarmee lijkt hij niet alleen de onschuld van deze twee kleine mensjes te benadrukken, tevens bevestigde hij hun rol als modelkinderen.

Sluiten