Locatie kunstwerk
Adres
Churchillplein, Den Haag
Stadsdeel
Escamp
GPS gegevens
52.093535, 4.283759 Bekijk op plattegrond
Omschrijving kunstwerk
Tekst
De val van Srebrenica tijdens de oorlog in Bosnië en Herzegovina leidde tot de eerste genocide op Europees grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog. Op 11 juli 1995 werden 8.372 mensen vermoord, voornamelijk mannen en jongens. Ter herdenking van deze tragedie is op 11 juli 2025 – exact dertig jaar later – op het Haagse Churchillplein, voor het voormalige
Joegoslaviëtribunaal, een plaatsmarkering onthuld. Deze markering vormt een eerste fysieke stap richting een permanent monument en informatiecentrum. De plaatsmarkering bestaat uit drie onderdelen: een horizontaal element in de bestrating met
dertig witte stenen, een verticale gedenksteen, en een informatiebord. Het horizontale element symboliseert het doorlopende proces van herinnering en erkenning: dertig witte stenen in de bestrating, één voor elk jaar sinds de genocide. Elk jaar zal één witte
steen worden toegevoegd, zolang het proces voortduurt. In de gedenksteen zijn 8.372 met de hand gebroken natuursteentjes verwerkt – één voor elk slachtoffer. Het natuursteen is afkomstig uit Bosnië en Herzegovina en bestaat uit restmateriaal van grafstenen, gelijk aan het witte steen dat op de begraafplaats in Srebrenica wordt gebruikt. De steentjes zijn in en voor het Haagse Stadhuis gebroken door overlevenden en nabestaanden van de genocide, maar ook door burgemeester Jan van Zanen, vertegenwoordigers van de gemeente Den Haag, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de vereniging Dutchbat 3, leden van de Haagse gemeenteraad, betrokken burgers en voorbijgangers. Het breken van de stenen gebeurde met zorg en liefde – een symbolische daad van herinnering, erkenning en verbondenheid. Elk steentje heeft daardoor een unieke vorm en draagt een eigen verhaal, net zoals elk slachtoffer. Met deze plaatsmarkering, en een toekomstig monument en informatiecentrum, wil de Stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95 overlevenden en hun families eren, bewustwording creëren door middel van herinnering, onderzoek en onderwijs, en ervoor zorgen
dat toekomstige generaties de lessen van Srebrenica blijven begrijpen en herkennen.
Joegoslaviëtribunaal, een plaatsmarkering onthuld. Deze markering vormt een eerste fysieke stap richting een permanent monument en informatiecentrum. De plaatsmarkering bestaat uit drie onderdelen: een horizontaal element in de bestrating met
dertig witte stenen, een verticale gedenksteen, en een informatiebord. Het horizontale element symboliseert het doorlopende proces van herinnering en erkenning: dertig witte stenen in de bestrating, één voor elk jaar sinds de genocide. Elk jaar zal één witte
steen worden toegevoegd, zolang het proces voortduurt. In de gedenksteen zijn 8.372 met de hand gebroken natuursteentjes verwerkt – één voor elk slachtoffer. Het natuursteen is afkomstig uit Bosnië en Herzegovina en bestaat uit restmateriaal van grafstenen, gelijk aan het witte steen dat op de begraafplaats in Srebrenica wordt gebruikt. De steentjes zijn in en voor het Haagse Stadhuis gebroken door overlevenden en nabestaanden van de genocide, maar ook door burgemeester Jan van Zanen, vertegenwoordigers van de gemeente Den Haag, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de vereniging Dutchbat 3, leden van de Haagse gemeenteraad, betrokken burgers en voorbijgangers. Het breken van de stenen gebeurde met zorg en liefde – een symbolische daad van herinnering, erkenning en verbondenheid. Elk steentje heeft daardoor een unieke vorm en draagt een eigen verhaal, net zoals elk slachtoffer. Met deze plaatsmarkering, en een toekomstig monument en informatiecentrum, wil de Stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95 overlevenden en hun families eren, bewustwording creëren door middel van herinnering, onderzoek en onderwijs, en ervoor zorgen
dat toekomstige generaties de lessen van Srebrenica blijven begrijpen en herkennen.
De Plaatsmarkering NMSG’95 is mede gefinancierd door: de gemeente Den Haag, de gemeente Rotterdam, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.